Grafrede vader, 2004

•07/08/2011 • Geef een reactie

Doorn, 1978

Ik staar in het donker en daar, ergens in de verte, zie ik iemand.
Een schim, een schaduw in de nacht.

Hij zwaait en loopt mijn richting op.
Die houding, die pas, die mimiek…

Ik weet wie het is.

Blij en verheugd ren ik naar de deur en schater trots: “Pap!”
Ik ben deel van hem.

“Zijn we nietig in aanschouw van het Almachtige?” , vraag ik hem.
Het hoofd schuin naar beneden buigend antwoord hij lachend: “Ik weet het niet jongen, ik weet het niet. We moeten NU leven, dat weet ik wel. Wat we niet weten is er niet en pas als we wel weten, zien we wel verder.”

“Maar wanneer weten we dan pap? Wanneer weten we dan?”

“Als we dood zijn jongen, als we dood zijn.”

“Kun je dat oefenen pap? Ik wil dat oefenen. Dat dood zijn.”
Nee schuddend en lachend aait ie over mijn bol.

Delft, de avond van 11 augustus 2004, 3 dagen na zijn dood

Ik staar in het donker en daar, ergens in de kamer, zie ik iemand
Een schim in het donker, een schaduw.

Hij zwaait niet, maar die houding, die mimiek.
Mijn adem stokt en kijk nog een goed

Ik weet wie het is…. maar besef tegelijkertijd dat DAT niet kan.

Nerveus klik ik het licht aan en draai mijn hoofd terug naar die richting waar ik zojuist hem dacht te zien.

Ik staar in de spiegel…….
Een gevoel van trots overspoelt mijn tranen,
want nu is hij deel van mij.

Komt een vrouw bij de dokter part 3

•04/08/2011 • 3 reacties

Beste lezer,

Het is alweer enkele weken geleden dat ik iets geschreven over de ziekte van mijn vrouw. Wij zijn na het laatste stuk, een stroomversnelling ingegaan. Alsof dat nog mogelijk was. Ik heb ook even een twitterstilte en blogstilte ingelast. Maar nu is het tijd om weer iets te schrijven.

In week 26 ontving zij chemo. Elke dag. 5 dagen achterelkaar. Cladribine heet het. Zij zat of lag en kreeg het spul toegediend. Alsof ze nooit anders gedaan had. Ik ben iedere dag mee geweest. Er zijn daar drie kamers met bedden en twee met stoelen. Per behandeling duurde het 3 uur. Inclusief naspoelen. Dus dat betekende dat er e.e.a. aan tijd gedood moest worden. Tijdschriften, ipad, boeken en tv waren hulpmiddelen. Maar om eerlijk te zijn ben je daar snel doorheen. Ook al is de tv gratis en een flatscreen. Grinnik, hoe zieker je bent, hoe mooier de tv. Maar dit terzijde. Ik heb tijd gehad om kennis te maken met een aantal personen die ook chemo moesten ondergaan. Twee ervan zijn mij in bijzonder bijgebleven. Er lag op dag 2 een vrouw naast ons. Een moslima. In volle kledingdracht lag zij naast ons. Kinderen kwamen af en aan, en ook haar man was aanwezig. Alleen niet aanspreekbaar. Hij reageerde nergens op. Zij wel. Ze was bang en stelde veel vragen aan de verpleegkundigen. Wat is dit? Hoe zijn mijn kansen? Waarom lig ik hier en zit ik niet in een stoel? Bij elk nieuw gezicht wat zij zag, stelde ze opnieuw dezelfde vragen. En de man deed niks, hij keek niemand aan. Hij zat daar maar. Na verloop van tijd verdween het bezoek en was zij alleen over. Ik besloot haar koffie aan te bieden. Ik ging toch halen. Toen ik met haar glaasje water terugkwam, vroeg zij of ik wist waarom ze niet op een stoel zat. Ik vertelde haar dat ik hier niet werkte, maar met mijn vrouw mee was. Ik legde haar wel uit dat het best zo zou kunnen zijn dat ze de volgende keer op een stoel zou zitten. Dit afwisselen dedd men bij ons ook en leek een toevalligheidsfactor. Dit begreep ze in 1 keer. U begrijpt dat haar beheersing van de Nederlandse taal niet optimaal was. Maar met een beetje geduld tijdens de uitleg lukte het best. Ik vroeg haar waarom haar man niets zei. De tranen sprongen in haar ogen. Hij begreep niet waarom zijn vrouw gestraft was door Allah, vertelde zij. Ze vertelde dat hij sinds het nieuws bekend was, geen woord gezegd heeft. Hij was alleen maar aan het bidden en aan het ‘praten’ met de almachtige. U kent mijn mening over religie. Maar op dat moment kon zelfs ik daar geen waardeoordeel over vellen. Ik vond het verschrikkelijk. Ze hadden haar 6 maanden gegeven. Borstkanker en uitgezaaid naar de lever en longen. Dat is dan ook het enige waarin die ziekte goed is. Geen onderscheid maken.

Een andere die ik niet meer vergeet is een jongeman, die naast Norma zat op dag 3. Hij kwam 1 keer per week en was facilitair manager. Lymfklierkanker. Het begon met een klein knobbeltje in de nek. En daar zat hij dan. Zonder toekomstperspectief, want ze wisten nog niets over zijn overlevingskansen. Het moeilijkst vond hij al die mensen die hier lachend binnenkomen en weggaan. “Ik heb niets om te lachen” vertelde hij. Zijn vrouw kon de stress niet aan en is vertrokken. Naar haar moeder. Zo kan het ook gaan, dacht ik nog. Om eerlijk te zijn was ik blij dat hij snel klaar was, want ik durfde hem gewoon niet te laten zien hoe sterk de band tussen mij en Norma is. Arme jongen.

Enfin, de chemo zit er in en de bloedwaarden lijken op orde te komen bij Norma. Maar we juichen nog niet, want nog niet alles klopt. Nog even geduld. Maar voor haar en dus voor ons is er licht aan het einde van de tunnel. Dat licht hebben we gezien. Het is nog zwak en af en toe flikkert het wat, maar by god, het zal aangaan. En aanblijven. Daar zet ik alles op in. Maar dat wist u al.

Komt een vrouw bij de dokter. part 2

•22/06/2011 • 8 reacties

Voor mij ligt een boekje. IKNL staat erop. Integraal Kankercentrum Nederland. Behandelwijzer. Dit hebben we vrijdag 17 juli meegekregen van de verpleegkundige op de afdeling oncologie in het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft. Afgekort RDGG. Als ik het opensla kom ik direct op een informatie hoofdstukje. Wie kunt u bellen met vragen? staat er, en daarbij een telefoonnummer. DIt mogen we altijd bellen had de verpleegkundige gezegd, maar denk eraan: bij voorkeur bij geen spoed tussen de 8.30 en 12.00 uur bellen. Indien spoed maakt het niet uit. Gelukkig maar.. Als ik verder door het boekje worstel zie ik ook nog een nummer wat we kunnen bellen tijdens feestdagen. Het is het zelfde nummer. Wel anders is het nummer voor de spoedeisende hulp. Hoe kun je zonder spoed bellen als je liefde kanker heeft? Blijkbaar kan het. Anders zou er geen verschil zijn in nummers.
Op de volgende pagina staat en lijst met redenen om een arts te waarschuwen. Koorts boven de 38,2, koude rilling, langdurige bloedneuzen, spontaan ontstane blauwe plekken, aanhoudend bloeden van een wondje, bloed of ontlasting in de urine, hevige menstruatie, een onrustig gevoel, stijve tong-, kaak-, of nekspieren, hoesten met slijm opgeven en pijn bij het plassen. Het is nogal wat. Voor deze zaken zou ik normaliter ook wel bellen. Ondertussen ben ik nog een beetje in de waar wanneer er nu ook al weer gebeld mag worden voor spoedzaken. Gelukkig weet zij het wel. Mijn vrouw. Natuurlijk.
“Wat voor haar relevant is, is plotselinge huisuitslag” legt de verpleegkundige uit. Dit heeft te maken met een vermindering van weerstand, en dat is het belangrijkste wat we aankomende periode mee gaan maken, de weerstand dip door de chemotherapie. Dat is de bijwerking van cladribine, de chemische wonderstof die haar een remissie van 10/15 jaar kan geven. Ik ga voor 50 jaar. Maar dat ben ik..
Op de volgende pagina is een wijzer naar de rest. Er wordt verwezen naar de personalia, algemene rapportage en de medicijnkaart alsmede naar wat is kanker, en kankerregistratie. Bah, zo’n scheldwoord in dat boekje kan echt niet, grap ik. Ik merk dat deze poging tot humor smoort in het rumoer van het leven: Fluitende vogeltjes, een miauwende kat, een ontbijtende vrouw en omroep MAX op achtergrond. Straks weer de mop! Maar ik dwaal af..
Ik worstel me verder door het boekje heen. De eerste hele zin is: “Wanneer bij u kanker is vastgesteld kan een moeilijke tijd met onzekerheid en angst in uw leven aanbreken.” Dan weten we dat in ieder geval. De tweede zin is: “Het is goed om te weten dat er een team van goed gekwalificeerde hulpverleners voor u paraat staat om u in de deze periode te begeleiden.” Gelukkig maar, zegt ze met een klein cynisch lachje. Tussendoor brult ze nog “Stift”, we zitten per slot van rekening midden in stap 3 van Jan Slagters ochtendprogramma. Wat is ze toch fantastisch.
Op pagina 3/7 van het boekje staat dat kanker een kwaadaardige ziekte is. Als ik dat lees word ik weer kwaad. Zoiets moois en liefs bezaaid met iets kwaads. Goverdomme. Ik blader terug naar vraag 1 uit het boekje. Wie kunt u bellen met vragen? Kan ik God niet bellen? Dan heb ik nog wel een paar vragen voor Hem. Of Haar. Maar dat kan allemaal niet. God bestaat niet. Mazzel voor hem. Echt. Ondertussen is de mop van Jan Slagter geweest. En eigenlijk is het geen mop, maar gewoon een verhaaltje. Niet grappig. Weer niet. Maar hij blijft zijn best doen. Die volharding heeft zij ook. Mijn vrouw. En daarom wint ze de strijd. Onder andere.
Maandag de 27e gaat de chemokuur beginnen. 5 dagen achterelkaar. Nu is ze alleen een beetje moe, maar tijdens en na de chemo zal ze zieker worden. Dat is natuurlijk een vervelende bijwerking waar opmerkelijk genoeg, niets over geschreven staat. Je redelijk voelen, behandeld worden om je vervolgens slechter te voelen. Laten we dan maar dan goed blijven denken aan het grote doel. Een remissie van 10-15 jaar. Ik ga voor 50 jaar, maar dat ben ik.

Het K-Boekje

Over ziekte, wachten, zorgeloosheid en jeugd

•03/06/2011 • 1 reactie

Nadat we afgelopen weken het slechte nieuws voor onze kiezen hebben gekregen (zie komt een vrouw bij de dokter blog) zitten we nu in een verwerkingsmodus. Het is niet te voorspellen. Dan ben je weer vrolijk, dan weer down, dan weer normaal. Toen we 10 dagen geleden bij de oncoloog waren, vertelde zij ons dat ze nog twijfelen over de leukemievorm. Is het HCL? Of is het misschien iets anders? Het is niet te hopen. Ja, het mag ook nog niks zijn. Daar tekenen we voor. Maar in die wereld leven wij helaas niet. Het beenmerg van Norma is ondertussen opgestuurd naar Groningen. Professor Philip Kluin buigt zich er nu over. Een goeroe schijnt. In feite zou e.e.a. volgende week bekend zijn, maar klaarblijkelijk is het moeilijk. Daarnet kregen we een telefoontje vanuit het ziekenhuis. Tijdens het overslaan van mijn hart, murmelde de assitente dat de uitslag niet volgende week, maar die week daarop bekend is.

Enfin, we moeten dus weer wachten. Ondertussen voel ik me een toeschouwer van het leven om mij heen. Ik fittness wat, twitter wat, kijk wat film maar merk dat ik me slecht kan focussen. We denken veel na over de zaken die echt tellen in het leven. Liefde en vriendschap etc.

Dit weekend is mijn schoonmoeder op visite. Nee, niet erg, dat is een best mens. Op deze manier heeft mijn vrouw wat afleiding en kan ze zich druk maken over waar dochters zich druk over maken als het hun moeder betreft. Ze zijn nu lekker in de stad op zoek naar antiek, want dat vind ze leuk. Mijn schoomoeder dan.

Net komt er een foto binnen op facebook. Een foto van mij toen ik 20 was. Als ik terugdenk aan die tijd merk ik dat het moeilijk is om me nog een tijd voor te stellen waarin alles zorgeloos is. Als je jong bent, heb je daar de meeste kans op. Zorgeloosheid. Dan ga je niet zuinig om met je tijd. Je flirt wat, je drinkt wat, je denkt na over hoe een 5,6 genoeg is om met een 5,5 over te gaan, je blijft tot 13.00 in je nest rotten en je maakt je druk over  hoe je haar zit. Jeugd wordt verspilt aan de jongeren. En als je als oudere jongere (nog net) de jeugd wilt wijzen op jouw fouten, zodat zij die niet zullen maken, realiseer je tegelijkertijd dat iedereen alles zelf moet ervaren. Want dat is het leven. Ervaren.

Sience-fiction beelden van een toekomstige ontwikkeling dat wij als mensen onze ervaringen direct kunnen overgeven aan onze kinderen schieten door mijn hoofd. Wat zouden we dan kunnen evolueren. Generatie op generatie die alles doorgeven. Fouten voorkomen, geen honger meer, geen oorlog. Alleen maar ontwikkeling. Als ik hier verder over nadenk kom ik in de clinch. Je ontneemt op die manier wel de mens zijn kind-zijn. Of defineer je dat dan gewoon anders.

Ik kijk naar spelende kinderen in een zandbak en zie hoe het meisje het jongetje onder smeert met zand,klei en andere troep. Ze hebben lol. De eerste liefde misschien? Ik besluit dat we het zo laten. Geniet kids! Later komt later wel.

Komt een vrouw bij de dokter

•24/05/2011 • 21 reacties

Wij zijn 6 jaar geleden in Delft getrouwd. Huisje, boompje, beestje. U kent het wel. Op het moment dat ik dit op papier zet, is het bijna 10 jaar geleden dat ik haar weer leerde kennen. Het was een reunie van onze oude school. Nu, 10 jaar later, zijn we 2 kindjes verloren en hebben we te horen gekregen dat mijn liefde kanker heeft. Maar gelukkig een zeer milde vorm. Ik vraag me af wat het woordje gelukkig in deze zin betekent. Gelukkig dat het langzaam ontwikkelt, gelukkig dat het ontdekt is, gelukkig.  De kanker heet HCL, Hairy Cell Leukemie. Deze week volgt het gesprek met de oncoloog en dan zullen we het plan van aanpak bespreken. Wanneer Chemo etc.To whom it may concern.

Qua pogingen tot kinderen is dit de historie:De eerste poging tot offspring was een leeg vruchtzakje, wat als miskraam staat geregistreerd.  De tweede poging heet Junior en kwam na 23 weken en 4 dagen op 30 april 2009 ter wereld. Zomaar ineens, zonder aanleiding. Hij heeft 2,5 uur geleefd en toen moesten we hem weer teruggeven. Afgelopen zaterdag, 21 mei 2011 om 13.07 heeft ze Benjamin gebaard. Hij heeft ook 23 weken en 4 dagen geleefd en is 19 mei in de baarmoeder overleden.  Ze was al preventief opgenomen in het Sophia kinderziekenhuis, omdat er een groeiachterstand zichtbaar was bij de foetus. Dit gebeurde op donderdag 19 mei. Diezelfde avond zagen we met de echo dat het hartje het niet meer deed. Een hartbreker.

Door deze zwangerschap is haar bloed nog eens extra getest, en zo zijn we dus wel achter de leukemie gekomen. Toen ons dat 4 weken geleden werd openbaart schoten er scenes uit films met Paul de Leeuw en Carice van Houten door mijn hoofd. Een woede maakte zich van mij meester. En onmacht. Zo oneerlijk. Dan besef je tegelijkertijd dat eerlijk en oneerlijk, goed en fout allemaal nonsens is die wij mensen bedacht hebben.

Wij zijn namelijk gewone, goede mensen, vriendelijk en sociaal. Hebben een vriendelijk woord over voor iedereen en zijn betrokken in de maatschappij. We houden van dieren en hebben een stichting, we zijn goed voor onze ouders en vrienden,  kortom, the works. Als er dus een evenwicht zou zijn met eerlijk en oneerlijk, verdienen wij dit niet. En dan twijfel ik nog over mijzelf, maar over  mijn vrouw niet, want dat is de veel betere helft van ons twee.

“With every great relationship comes a great burden, and the strenght to carry it” Deze zin hoorde ik laatst in een film. Ik dacht dat het verlies van ons 1e kind deze lading dekte. 2 jaar later kan ik dat alleen nog maar wensen.

Raar?

•06/04/2010 • 2 reacties

Gisteren verzond ik een tweet: Als iedereen van de beroepsbevolking 100 euro per maand zou overmaken op een rekening, zijn we zo door het begrotingstekort/bezuinigingen heen”. En toen begon ik te dagdromen… De beroepsbevolking in Nederland bedraagt 7 miljoen mensen. Voor de duidelijkheid: de beroepsbevolking is dat deel van de mensen tussen de 15 en de 65 jaar dat werkt of ingeschreven staat als werkzoekend. Afgerond naar beneden is het 7 miljoen mensen. Welnu, voorstel: Iedereen stort gemiddeld (verdeelsleutel maken rijk en arm) 100 euro op een bankrekening. Dat is 7 miljoen keer 100 is 700 miljoen. Niet moeilijk. Dit doen wij met elkaar 10 maanden. 10×700 miljoen is 7 miljard. 40 maanden is 28 miljard. Bezuinigingen weggepoetst. (ik heb het nog niet over de rente, want die is er niet of amper. Die zou zoveel zijn dat de bank het niet trekt)) Regering hoeft niet te bezuinigen, maar kunnen dus investeren. Dus betere gezondheidszorg, betere scholing, nou ja, u kunt de verkiezingsprogramma’s zelf lezen.  40 maanden is een dikke 3 jaar. Dus in 2013 is e.e.a. opgelost. 2 jaar eerder dan nodig is. Maar dan…. we gaan door met dit systeem en maken hierdoor iedereen rijk. Hoe?

Staatsschuld is afgelost en we gaan dus verder. Na 1 maand staat er 700 miljoen op de rekening. Dat gaan we verdelen.Op alfabet. Iedereen die stort krijgt n.a.v. de eerdere verdeelsleutel zijn deel. Dan hebben we binnen no time alleen maar rijke en hele rijke mensen in ons land. De prijzen mogen niet stijgen, alleen maar naar internationale maatstaven. Wat zou hier niet aan kunnen lukken er vanuit gaande dat iedereen meedoet? Ik heb geen economie gestudeerd…

Ik denk er zelfs over om iets verplicht te stellen na ontvangst geld. Stel je voor. Iedereen moet 20% van zijn/haar ontvangen geld uitgeven. Zo pomp je veel geld weer terug in de samenleving en stimuleer je de economie. Toch? Details bepalen we met elkaar d.m.v. platformen met daarin afgevaardigden van elke inkomensgroep.

Graag commentaar op deze dagdroom.

De partijen volgens van Deurzen

•02/03/2010 • 4 reacties

Liberale partijen.

D66: Herleid zijn bestaan uit het feit dat de liberalen, de vrijdenkenden, zich te veel conformeerden aan de economische kant. D66 is progressief Liberaal en omarmt veranderingen. Streven erg naar een amerikaans model. Presdent kiezen, burgemeester etc. Het indivdu moet kunnen functioneren door systemen, en als deze niet goed draaien, veranderen we het systeem het niet het individu. De economie werd stalpaard van de VVD, waardoor zij andere zaken uit het oog verloren. De bestaansgrond is binnen D66 van meet af aan een discussiepunt geweest. Volgens het eerste partijcongres moest D66 streven naar een radicale democratisering van de Nederlandse samenleving in het algemeen en van het Nederlandse politieke bestel in het bijzonder. De nadruk heeft lange tijd gelegen op de laatste component, de staatsrechtelijke vernieuwing. Speerpunten daarbij zijn het referendum, afschaffing van de Eerste Kamer, directe verkiezingen van de minister-president en burgemeesters, en de invoering van een gematigd districtenstelsel. Mede-oprichter Van Mierlo was dan ook een exponent van het democratisch radicalisme, een stroming die in de negentiende eeuw was vermalen tussen socialisme en liberalisme. Hij had weinig op met bespiegelingen omtrent de visie en maatschappijbeschouwing van D66. Ideologieën hadden immers afgedaan en D66 was vooral een pragmatische partij. Na de periode Terlouw, die de partij als ‘redelijk alternatief’ wel meer in een eigen traditie trachtte te plaatsen met aandacht voor milieu, sociale vraagstukken en technologie, kwam Van Mierlo midden jaren tachtig terug met zijn rede ‘Een reden van bestaan’. De primaire bestaansgrond lag volgens deze rede nog steeds in de politieke vernieuwing.

Aan het eind van de twintigste eeuw kwamen de kaarten wat anders te liggen. Nadat het anti-dogmatische van de partij een heel eigen dogma leek te zijn geworden, wist de groep Opschudding in 1998 dit dogma te doorbreken en slaagde ze er als eerste in de partij een ondertitel mee te geven. D66 heet vanaf dan sociaal-liberaal. Opschudding verwoordde het zo: “D66 bestaat als sociaal-liberale partij om een duurzame, democratische en open samenleving op te bouwen, waarin de mens zich ontplooit in solidariteit met anderen.”. Hiermee plaatste de partij zich in de vrijzinnige internationale politieke hoofdstroom van het progressief liberalisme en in de politieke filosofie van het ontplooiingsliberalisme. Dit legde de partij vast in haar statuten en in de “Uitgangspunten van D66″.

De VVD heeft, net als D66, het liberalisme als grondslag. Zij behoren nu tot de conservatief Liberalen. Wel vrijheid van het indivdu, maar niet te veel veranderingen, systemen moet werken door het individu en niet andersom. Op 24 januari 1948 werd in Amsterdam de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) opgericht. Het heeft lang geduurd voordat de liberalen die van huis uit individualistisch zijn, zich wisten te verenigen in een landelijke partijorganisatie. Er hadden sinds 1885 met de oprichting van Liberale Unie heel wat afsplitsingen en naamsveranderingen plaatsgevonden. De VVD zou uiteindelijk ontstaan door een fusie van de Partij van de Vrijheid (PvdV) en het comité-Oud. Het Comité-Oud bestond uit ontevreden leden van de Vrijzinnig-Democratische Bond, die samen met de SDAP in 1946 opging in de Partij van de Arbeid. Pieter Oud (de voorzitter van Comité-Oud) was echter van mening dat de PvdA teveel een sociaaldemocratische koers op wilde en stapte samen met een aantal leden in 1947 uit de PvdA. Bij het kiezen van een naam voor de VVD, werd bewust afgezien van de term ‘liberaal’, omdat dit teveel negatieve associaties opriep. In de Tweede Wereldoorlog werd liberalisme namelijk in verband gebracht met de economische crisis en werkloosheid uit de jaren 30. Toch plaatste de VVD zichzelf ideologisch wel meteen in de liberale traditie, met een grote nadruk op vrijheid van het individu.

Groen Links:

Ook een partij die Liberaal denkt en handelt. In zijn beginselprogramma, “Uitgangspunten van GroenLinkse politiek”[62], plaatst GroenLinks zichzelf in de traditie van linkse partijen die vrijheidslievend zijn. Het programma legt vijf beginselen vast:

Democratische rechtsstaat. GroenLinks legt traditioneel ook een sterke nadruk op radicale democratisering, niet alleen van de overheid maar ook in bedrijven.[31]
Een herstel van het ecologisch evenwicht. GroenLinks bedrijft politiek in het besef dat de natuurlijke hulpbronnen eindig zijn. Het streeft naar een leefbaar milieu en een ecologisch evenwicht. Hiervoor moet de materiële consumptie in de westerse wereld omlaag.
Een rechtvaardige verdeling van macht, kennis, bezit, arbeid en inkomen zowel in Nederland als op wereldschaal;
Het recht op een behoorlijke bestaanszekerheid, goede huisvesting en toereikende gemeenschapsvoorzieningen voorzien voor ieder mens;
verzet zich tegen uitbuiting en onderdrukking van groepen en volkeren.
In de begin jaren probeerde GroenLinks een compromis te maken tussen het liberale economische denken dat in de PPR een belangrijke rol had gespeeld en het socialistische denken van de PSP en CPN. Geleidelijk namen klassieke socialistische concepten als socialisatie van productiemiddelen en planning een kleinere rol in verkiezingsprogramma’s, in plaats daarvan begon de partij de nadruk te leggen op hervorming van de verzorgingsstaat.[31]

Halsema, de huidige politiek leider van GroenLinks heeft een debat over de politieke koers ingezet. Zij benadrukt de vrijzinnige idealen van GroenLinks en kiest vrijheid als kernwaarde; haar koers is wel geduid als links-liberaal.[63] Zelf zegt Halsema geen koerswijziging te willen forceren, en alleen te benadrukken dat GroenLinks in de “vrijheidslievende traditie van links” staat.[64] In navolging van Isaiah Berlin maakt Halsema onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid.[65] Negatieve vrijheid is volgens Halsema de vrijwaring van burgers van overheidsinvloed. Ze wil dit concept met name toepassen op de multiculturele samenleving en de rechtsstaat waar de overheid de rechten van burgers moet beschermen, niet beperken. Positieve vrijheid is de emancipatie van burgers uit armoede en achterstand. Halsema wil dit concept met name toepassen op de verzorgingsstaat en het milieu waar de overheid meer invloed moet krijgen. GroenLinks moet volgens Halsema een ondogmatische partij zijn.

Zo hebben we de drie liberale partijen besproken. In Europa zie je de landsbelangen veel minder en zie je ook dat de europarlementariers van de VVD, D66 goed samenwerken. Groen Links steunt vele moties van de Liberalen en zal uiteindelijk, in mijn perfecte wereld, samensmelten (in europa) met de liberalen.

Conservatieve partijen

CDA: Christen Democratisch Appel. De bijbel wordt niet politiek aangehaald, maar is een steun voor individuele leden. De grootste macht binnen nederland door de geschiedenis heen. Toch was Nederland op haar best zonder deze partij (paars1)

Het CDA werd officieel op 11 oktober 1980 opgericht als gevolg van een fusie van drie oude christelijke partijen, de Christelijk-Historische Unie (CHU), de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Katholieke Volkspartij (KVP), die ook wel ‘de drie grote confessionele partijen’ werden genoemd. Architect van de nieuwe alliantie was Piet Steenkamp. De drie partijen waren echter al sinds 1967 hierover met elkaar in gesprek. Dit overleg vond plaats in de Groep van Achttien, vertegenwoordigers uit de betreffende partijen, waarbij het belangrijkste punt van discussie het begrip ‘christelijke politiek’ was.

Van 1918 tot 1994 maakten deze afzonderlijke partijen onafgebroken deel uit van de regering. Het CDA is vanaf 1977 onder eigen vaandel in de Tweede Kamer der Staten-Generaal vertegenwoordigd en heeft, behoudens de twee paarse kabinetten Kok tussen 1994 tot 2002, steeds regeringsverantwoordelijkheid gedragen.

Dit gebeurde in de kabinetten Kabinet-Van Agt I, Kabinet-Van Agt II en Kabinet-Van Agt III onder aanvoering van Dries van Agt en in de kabinetten Kabinet-Lubbers I, Kabinet-Lubbers II en Kabinet-Lubbers III onder aanvoering van Ruud Lubbers

Het partijbureau van het CDA in Den HaagNa de oppositievoering onder twee ‘Paarse’ kabinetten (Partij van de Arbeid/VVD/D66) werd het CDA in 2002 de grootste partij bij de Tweede Kamerverkiezingen 2002. In een coalitie met de LPF en de VVD verkreeg het CDA het premierschap (Jan Peter Balkenende), zes ministeries en vijf staatssecretariaten in het Kabinet-Balkenende I.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2003 werd het CDA onder leiding van Jan Peter Balkenende opnieuw de grootste partij met 44 zetels en werd het Kabinet-Balkenende II van CDA, VVD en D66 gevormd. Na het vertrek van D66 uit de coalitie ging in 2006 een minderheidskabinet Kabinet-Balkenende III van CDA en VVD alleen verder.

Het CDA bleef ook bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 met 41 zetels de grootste partij van Nederland, met een verschil van 8 zetels op de PvdA. Op 22 februari 2007 werd Kabinet-Balkenende IV beëdigd waarin naast het CDA ook de PvdA en de ChristenUnie deelnemen. Het CDA levert 8 ministers en 4 staatssecretarissen. Dit kabinet is op 20 februari 2010 gevallen als gevolg van een onherstelbare vertrouwensbreuk naar aanleiding van een meningsverschil tussen het CDA en de PvdA over de kwestie Uruzgan.

CU

Ook de CU is een conservatieve club. Eigenlijk een verbijbelde versie van het CDA. De fundering van de Christenunie is de Bijbel zoals deze in de Drie Formulieren van Eenheid tot uiting komt. De Drie Formulieren van Enigheid zijn geschriften uit de zestiende en zeventiende eeuw, die als belijdenis fungeren voor de gereformeerde, protestantse en hervormde kerken van ons land. Hoewel deze “Uniefundering” anders doet vermoeden, voelen ook christenen die deze geschriften niet als uitgangspunt kiezen voor hun geloof zoals Evangelische en Rooms-katholieke christenen, zich steeds meer thuis in de partij. Een deel van de huidige Tweede Kamerfractie is Evangelisch te noemen. Daarnaast is er al eens een katholiek gemeenteraadslid voor de ChristenUnie geweest en stonden in 2007 twee katholieken op de kieslijst van de ChristenUnie voor de Provinciale Staten van Limburg.

De plaats van de ChristenUnie in de Nederlandse politieke ruimte in 2006 volgens André Krouwel[bewerken] Politieke plaatsbepaling en standpunten
De ChristenUnie wordt sinds haar ontstaan nog al eens als links bestempeld, in tegenstelling tot haar voorgangers GPV en RPF, die vaak samen met de SGP tot ‘klein christelijk rechts’ werden gerekend. Lijsttrekker André Rouvoet distantieert zich echter van het links-rechtsdenken en bestempelt zijn partij liever als “christelijk-sociaal”. Op het gebied van sociaal beleid, asielbeleid en milieuzaken wordt regelmatig met linkse partijen als PvdA, SP en GroenLinks opgetrokken. Op het gebied van drugsbeleid, medisch-ethische kwesties (als abortus en euthanasie), het Midden-Oostenconflict en het buitenlandse beleid doen zich daarentegen sterke verschillen voor tussen de ChristenUnie en dergelijke partijen. De ChristenUnie heeft in diverse gemeenten vloekverboden gerealiseerd of voorgesteld, meestal samen met de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). Ook heeft de Christenunie vaak gepleit voor het recht van scholen en andere levensbeschouwelijke instellingen om hun eigen personeelsbeleid te mogen voeren. De ChristenUnie en haar voorlopers hebben vanaf het begin gewaarschuwd tegen het gedogen van cannabis. Hoewel niet iedereen haar oplossingen onderschrijft, wordt breed erkend dat zowel excessief cannabisgebruik als de criminaliteit die de handel omgeeft, problematisch zijn.[1][2][3] Het standpunt van de ChristenUnie, dat ook wanneer prostitutie gelegaliseerd is, het vaak een vorm van vrouwenhandel en vrouwenmisbruik is, en allerminst een normaal beroep, vindt eveneens geleidelijk meer erkenning[4] [5]

Veel gemeenten zien zich genoodzaakt een uitstapbeleid te subsidiëren en repressief op te treden tegen de criminaliteit die de branche omgeeft.[6]

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2010 constateerde de ChristenUnie in Almere veel programmatische overeenstemming met de plaatselijke Nederlandse Moslim Partij en begroette dat met instemming. De landelijk voorzitter van de NMP bevestigde dat er sprake is van beleidsmatige eensgezindheid. Genoemd werden punten als: geen extra gokhallen, tegen de prostitutie, geen subsidiëring van topsport en meer aandacht voor de zwakken in de samenleving. Gert-Jan Segers, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie betwijfelde de eensgezindheid echter.[7]

Binnen de partij is homoseksualiteit een moeilijk onderwerp. Haar harde standpunten en formulering over dit onderwerp leidden in juni 2008 tot het vertrek van politica Yvette Lont. Sander Chan, als politicoloog werkzaam op de Vrije Universiteit, was lid van het bestuur van ChristenUnie Amsterdam, maar is daar in oktober 2008 vertrokken vanwege zijn homoseksualiteit.

PVV:

De Partij voor de Vrijheid is een vereniging met een besloten karakter. Sympathisanten kunnen zich aanmelden als donateur en vrijwilliger, maar niet als lid. Over het beleid van de partij kan dus niet gestemd worden. Het is een van de weinige partijen die ooit in het Nederlandse parlement vertegenwoordigd waren die geen leden hebben

Wilders richtte 24 november 2004 de “Stichting Groep Wilders” (thans: “Stichting Vrienden van de PVV”) op met als doel het uitdragen van standpunten en inzamelen van geld. Wilders is het enige bestuurslid van deze stichting. Omdat de Kieswet voorschrijft dat alleen verenigingen als partij mee kunnen doen bij een verkiezing, richtte hij op 30 maart 2005 ook de “Vereniging Groep Wilders” (thans: “Partij voor de Vrijheid”) op. Omdat een vereniging twee oprichters moet hebben werd dit gedaan door de “Stichting Groep Wilders” samen met Wilders in privé-hoedanigheid. Wilders is anno 2007 het enige lid van deze vereniging. Critici, waaronder voormalig beoogd nummer twee op de kieslijst Bart Jan Spruyt, zien het bestuursbeleid als autocratisch optreden van Geert Wilders, die “geen concurrenten wil”[3]. De PVV stelt echter dat dit volledig democratisch is, omdat burgers de keuze wordt gegeven om gegeven deze partijorganisatiestructuur al dan niet op de PVV te stemmen.

Partijleider Wilders

Het voornaamste programmapunt van de Partij voor de Vrijheid is het tegengaan van de vermeende islamisering van Nederland en in verband daarmee de immigratie van moslims. Daarnaast bepleit de partij lagere belastingen en minder overheidsingrijpen. Verder is Wilders van mening dat bepaalde grondrechten tijdelijk of voorgoed moeten worden beperkt ter bescherming van de Nederlandse nationale identiteit en veiligheid. Zo wil de partij artikel 1 van de Grondwet afschaffen, waarin staat dat iedereen in Nederland gelijk is en behandeld moet worden, en vervangen door een ander artikel waarin de joods-christelijke en humanistische traditie en cultuur van Nederland als dominante cultuur wordt vastgelegd. Tevens wil de partij een verbod op het preken in moskeeën in een andere dan de Nederlandse taal, en een verbod op uitbreiding van het aantal moskeeën in Nederland. De standpunten zijn vastgelegd in het op 21 maart 2006 door Wilders bekend gemaakte partijprogramma “Klare Wijn”.

In 2009 werd door PVV-vertegenwoordiger Sietse Fritsma middels Kamervragen aan het Kabinet Balkenende-IV gevraagd uit te rekenen wat de kosten en baten zouden zijn van de aanwezigheid van allochtonen in Nederland. Minister Van der Laan (PvdA) wilde daarop uit principe geen antwoord geven. Het kabinet zou alleen gegevens willen verstrekken die reeds in de Rijksbegroting staan: “We houden geen boekhouding bij van groepen mensen, dat doen we ook niet voor gehandicapten en Friezen”. Wilders noemde dit een “flutantwoord” en eiste een onafhankelijke onderzoek. Hierin kreeg hij bijval van het Tweede Kamerlid Kant (SP), omdat bewindslieden verplicht zouden zijn parlementsleden van benodigde informatie te voorzien[6]. Volgens de minister zouden cijfers alleen van belang zijn om achterstanden in te halen en wordt er “geen boekhouding bijgehouden” van groepen in de samenleving. Desondanks meldde hij dat allochtonen minder kosten aan hypotheekrenteaftrek en culturele subsidies. Gelukkig maar…. pfff  ;-)

SP:
Als basis het communisme, en dat is een conservatieve stroming.  Op het moment dat het doel bereikt is, zal deze stroming niet zelf kritisch veranderingen doorvoeren.
Wortels
De grondslagen van de SP werden gelegd in 1964, toen twee CPN-activisten, de Rotterdamse pijpfitter Daan Monjé en de zakenman Nico Schrevel, het op de ideeën van de Chinese leider Mao Zedong georiënteerde Marxistisch-Leninistisch Centrum (MLC) oprichtten. De twee werden hierop uit de CPN gezet. Een jaar later werd het MLC omgedoopt tot Marxistisch-Leninistisch Centrum Nederland (MLCN). Monjé stond in deze periode in contact met de Chinese ambassade in Nederland en reisde naar China, waar hij lid werd van Mao’s Rode Garde. Ook de Binnenlandse Veiligheidsdienst hielp, door middel van een infiltrant, een handje mee om de partij groter te maken. De bedoeling van de inlichtingendienst was om door steun te geven aan de maoïstische beweging de CPN wind uit de zeilen te nemen. De infiltrant was grotendeels verantwoordelijk voor de oprichting van een succesvolle afdeling in Amsterdam en wist door te dringen tot het partijbestuur. Hij werd echter in de loop van 1968 ontmaskerd.[1]

In 1970 viel het MLCN uiteen in de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (KEN of KEN(ml)) en de Marxistisch-Leninistische Partij van Nederland. Monjé en Schrevel behoorden tot de leiding van de KEN. De partij kreeg meteen bekendheid door een succesvolle wilde staking van havenarbeiders in Rotterdam te ondersteunen. De vakbonden en de CPN hadden eerder geweigerd de staking te erkennen. Monjé, die officieel geen functie had binnen de partij maar op de achtergrond de touwtjes in handen had, reisde opnieuw naar China en de geruchten gaan dat hij ter ondersteuning een bedrag van ongeveer 400.000 gulden mee kreeg.[2] Een deel van dit geld werd direct gebruikt om een drukpers aan te schaffen.

Monjé splitste zich met een aantal getrouwen in 1971 af van de KEN, nadat hij en Schrevel gebrouilleerd raakten. In oktober 1971 werd hierop de Kommunistiese Partij Nederland/Marxisties Leninisties (KPN/ML) opgericht. De reden voor de scheuring was een meningsverschil over de rol van intellectuelen in de communistische strijd. Monjé was, evenals onder andere de afdeling Nijmegen, van mening dat de ‘hoofdarbeiders’ (intellectuelen) niet ‘de voorhoede van het proletariaat’ vormden, maar de ‘achterhoede’, zoals in het allereerste nummer van het partijblad Tribune werd uitgelegd. De intellectuelen zouden verplicht in de fabriek moeten gaan werken, zoals velen al deden. Schrevel, gesteund door de afdeling Tilburg, zag niets in deze verplichting. Na de afsplitsing bleef zijn groep, tegen de afspraken in, de naam KEN gebruiken.

Beginjaren SP
De leiding van de KPN/ML kwam in handen van Monjé en de Nijmegenaren Hans van Hooft sr. en Koos van Zomeren. Van Hooft werd partijvoorzitter en was naar buiten de leider, intern deelde Monjé echter de lakens uit. Hij bleek daarbij ook het financiële brein van de partij te zijn. Vlugschriften werden niet uitgedeeld maar verkocht, hetgeen zowel een vaste kring van lezers als inkomsten voor de partijkas inhield. Nog lang gold binnen de partij het adagium dat “een actie zichzelf moet bedruipen,” bijvoorbeeld door vrijwillige bijdragen van omstanders, een unicum binnen de actiewereld. Monjé had daarbij nog een spaarpotje achter de hand, in de vorm van het geld dat hij in 1970 in China kreeg, en dat naar verluidt werd bewaard in het vriesvak van Monjés ijskast. Door de relatief goede financiële situatie kon de partij in 1976 een eigen partijpand in Rotterdam aanschaffen, dat nog steeds dienst doet als partijhoofdkwartier.

De naam KPN/ML werd in oktober 1972 veranderd in Socialistiese Partij (SP), geschreven in de alternatieve, fonetische spelling die destijds modieus was in linkse kringen. Als reden voor de naamswijziging wordt wel genoemd dat het de partij minder vastpinde op één bepaalde ideologie. Een andere reden was dat een naam met drie ‘ismen’ erin te moeilijk zou zijn om te begrijpen voor het arbeiderselectoraat van de partij. Door een populistische inslag en het gebruik van diverse mantelorganisaties (in jargon “massaorganisaties”) werd de SP de meest succesvolle van de vele maoïstische partijtjes: tegen het eind van de jaren 70 had de partij enkele duizenden leden.[3] Reden voor het gebruik van de massaorganisaties was de mogelijk afschrikkende werking van het etiket “socialistisch”, vooral in het conservatieve Noord-Brabant waar de partij haar basis had. Onder de mantelorganisaties bevonden zich de eigen vakbond Arbeidersmacht en een huisartsenpost, Ons Medies Centrum, in Oss. Het gebruik van geweld als middel in de klassenstrijd werd afgewezen, niet uit pacifisme maar omdat gewelddadige opstanden onvermijdelijk meer slachtoffers zouden eisen aan de kant van de arbeiders dan bij de heersende klasse.[4]

Vreemde eend in de bijt.
PvdA. Is eigenlijk van alles een beetje. Is begonnen als sociaal, liberaal, conservatie en progressief. Al snel bleek dat deze club voor de liberalen niets was, en die richtten in 1948 dus de VVD op. De Partij van de Arbeid werd op 9 februari 1946 opgericht als voortzetting van de vooroorlogse Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP), de Vrijzinnig Democratische Bond (VDB) en de Christelijk-Democratische Unie (CDU). De PvdA wilde een ‘doorbraakpartij’ zijn, een gedachte die tijdens de Tweede Wereldoorlog is gevormd. Liberalen, sociaaldemocraten en christendemocraten, die in het verzet tegen de Duitse bezetting hadden samengewerkt, wilden één partij vormen en niet onderling strijd leveren. In de praktijk bleek de PvdA echter te links voor veel van de voormalige leden van de VDB, met als gevolg de oprichting van de VVD in 1948.Na de verkiezingen in september 1989 trad de PvdA toe tot het derde kabinet Lubbers. Maatregelen om de WAO aan te pakken leidden in de zomer van 1991 tot een interne crisis, waarna partijvoorzitter Marjanne Sint opstapte. Ze werd opgevolgd door Felix Rottenberg.

In 1994 leed de PvdA een verkiezingsnederlaag, maar werd ze tot ieders verrassing wel de grootste partij. Het kabinet-Kok I van PvdA, VVD en D66 was het eerste kabinet sinds de invoering van het algemeen kiesrecht zonder confessionele partijen. De sociaal-liberale koers stond internationaal bekend als de Derde Weg, en vond navolging bij de Britse regeringen onder leiding van Tony Blair en de Amerikaanse regeringen onder leiding van Bill Clinton. Tijdens deze regeerperioden werden progressieve wetten betreffende het homohuwelijk en euthanasie doorgevoerd. Zeer liberale waarden overigens.

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.